donderdag 29 december 2011

Week 5 - De training

De financiering van de trainingskampen verschilt van kamp tot kamp. In het boek gaf een gids het voorbeeld van het trainingskamp van een grote Talibanleider, een zekere Shah Sahib, wiens trainingskamp gefinancierd zou worden door de Pakistaanse overheid. De meeste andere trainingskampen worden gefinancierd door donaties. De donaties kunnen komen van rijke sympathisanten, maar ook van arme mensen die de Taliban dwingen om te betalen.

Dat de Pakistaanse overheid een trainingskamp financiert is een goede illustratie van de corruptie. Naar de buitenwereld toe laat de Pakistaanse overheid weten dat zij 90 000 soldaten hebben om de grens tussen Pakistan en Afghanistan veilig te houden, maar Jere Van Dyk heeft geen enkele soldaat gezien. Volgens zijn bewakers wordt de Taliban zelfs betaald door de overheid om de patrouilles over te nemen van het leger. Op 13 februari 2007 maakte de Pakistaanse overheid bekend dat een Pakistaanse overheid bekend dat een Pakistaanse ambassadeur door de Taliban ontvoerd werd. Dit waren de reacties in Jalalabad, Afghanistan: “In Jalalabad geloofde blijkbaar geen enkele Afghaan dat de ambassadeur was ontvoerd. Het was allemaal een ‘toneelstuk’, opgevoerd door de Pakistaanse regering om Amerika te laten zien hoe machtig de Taliban waren en om meer geld van Amerika te krijgen zodat ze tegen de Taliban konden vechten.” (p. 45) Ook Jere zijn bewaker geeft een korte reactie in de gevangenis: “Volgens de radio zou de overheid een operatie op gang brengen bij Landi Khotal om de ambassadeur terug te krijgen. Die zat gevangen. ‘Alles is een toneelspel om de wereld te laten zien dat Pakistan tegen de Taliban vecht,’ zei Gulob. ‘Het betekent niets.’” (p. 149) De uiteindelijke oplossing van deze zaak wordt verder niet besproken. Het zal natuurlijk nooit openbaar uitkomen of het effectief een toneelspel was of niet.. Een ander voorbeeld van de corruptie krijgen we wanneer bewaker Gulob zijn haar afscheert om naar de Pakistaanse hoofdstad Peshawar te gaan. Hij zegt dat hij dit doet omdat er een afspraak is tussen de Talibenleiding en de overheid om na een bomaanslag langharige mannen op te pakken en gevangen te nemen. Dit doet de Pakistaanse regering om Amerika te tonen dat zij wel degelijk tegen de Taliban vechten en om opnieuw te zorgen dat de geldstromen uit de VS blijven.

Na dit kleine zijsprongetje, terug naar het onderwerp van deze post: de training van zelfmoordterroristen. Jongeren warm maken om naar een trainingskamp te komen doen de Taliban vooral via de radio, die zij volledig in handen hebben. Zij gebruiken liederen over trots voor de natie, trots van de familie voor een martelaar en het eren van de islam die besmet wordt door andere naties en godsdiensten. Het verbaast natuurlijk niet dat de Taliban inspelen op de trots van Pashtuns. In het boek mogen de gevangenen ook naar de radio of cassettes van de Taliban luisteren. Hier lees je enkele teksten van dit soort recruteringsliederen. “Opnieuw is de heilige hemel van Azië vervuld van lawaai en kreten… Uit oost en west en noord en zuid sturen wij de boodschap naar de wereld: dit is de kracht van de natie – de Taliban. In zijn borst brandt de kracht van de wraak. Verlaat je gezapige slaap en steun de islam. Opnieuw staat de jeugd te wachten op het slagveld. Ze hebben witte zwaarden, ze zijn groot en ze hebben zwarte ogen als adelaars. Als ze vechten ligt het stof op hun voorhoofd en in het haar bij hun slapen. Met hun hoofd in hun handpalm betreden zijn het slagveld.” (pp. 226-227) Uiteraard verspreiden de Taliban ook hun geloof dat een martelaar 72 maagden krijgt in het paradijs in plaats van 70. Allah beloont de martelaars sterk.

In een trainingskamp is de tactiek vooral haat aanwakkeren tegen Amerikanen zodat de getrainden bereid worden om zichzelf op te blazen in hun bijzijn. Natuurlijk wordt er hier ook weer nadruk op gelegd dat martelaars een grote beloning krijgen in het paradijs. Die haat aanwakkeren wordt gedaan door videobeelden te laten zien van Amerikanen in Afghanistan die in huizen inbreken, vrouwen mishandelen en de Koran ontheiligen. Ze laten ook de Amerikaanse cartoons zien over de Profeet Mohammed.

Wanneer Jere Van Dyk zijn bewaker Gulob vraagt hoe lang het duurt om een zelfmoordstrijder te trainen krijgt hij dit antwoord: “Dat hangt van de persoon in kwestie af. Sommigen zijn in vijftien dagen te trainen, andere doen er drie of zes maanden over. Ze worden opgeleid door een moellah. Nooit een dikke moellah, alleen een heel magere. Ze drinken geen thee en nemen geen naswar; ze richten zich volledig op de islam en staan zelfmoordstrijders bij. Ik ben zelf opgeleid door een moellah. Er is een heel groot netwerk van mensen bij betrokken.’ Hij liep warm. ‘Vroeger bedekten zelfmoordvesten iemand van zijn benen tot zijn borst. Tegenwoordig bedekken ze alleen je armen en je borst,’ zei hij. ‘Wij maken de vesten niet. Die komen van de leiding. De persoon kiest zijn doelwit uit. Mensen gaan naar plaatsen die ze goed kennen.’” (pp. 213-214)

Bij de Taliban zijn vrouwen uiteraard ondergeschikt aan mannen. Toch krijgen ook Talibanvrouwen een zekere training. Zij worden geleerd hoe ze wapens moeten gebruiken en walkietalkies. Zo kunnen zij steeds meehelpen een Talibanhuis te verdedigen en indien nodig versterking inroepen.




Enkele actuele berichten over aanslagen en de relatie Pakistan-Amerika

Bijna 60 doden bij aanslagen in Afghanistan

Bij een zelfmoordaanslag aan een druk bezochte heilige plaats in Kaboel zijn 55 doden gevallen. Het was de zwaarste aanslag in de Afghaanse hoofdstad sinds 2008. Op een andere plaats in het noorden van het land vielen nog eens 4 doden.

De hoop op beterschap in Afghanistan werd daarmee prompt de kop ingedrukt. Er was licht optimisme na een conferentie gisteren, waarop Westerse bondgenoten beloofden om Afghanistan te blijven steunen nadat hun troepen in 2014 het land verlaten zullen hebben.

De zware zelfmoordaanslag gebeurde in een straat in een oude wijk van Kaboel. Daar waren honderden mensen samengekomen voor Ashura, een belangrijke gebeurtenis op de sjiitische kalender waarbij de gelovigen zingen en sommigen zichzelf geselen.

Er vielen zeker 55 doden en 160 gewonden, van wie er enkelen erg aan toe zijn. Tot nu toe was Afghanistan relatief gespaard gebleven van sectarisch geweld gericht tegen specifieke religieuze groepen, in tegenstelling tot Pakistan en Irak, maar deze bijzonder zware aanslag doet het ergste vermoeden voor de toekomst.

De aanslagen zijn niet meteen opgeëist. Het ministerie van Binnenlandse Zaken wees in de richting van de taliban, maar waarnemers waarschuwen voor te snelle conclusies. In Afghanistan wonen vooral soennieten, de sjiieten zijn goed voor ongeveer 15 procent van de bevolking.

De Redactie

6 december 2011

13 Amerikanen gedood bij aanslag in Kaboel

Bij een zelfmoordaanslag in Kaboel zijn 13 Amerikaanse soldaten en 4 Afghanen omgekomen. De taliban hebben de aanslag opgeëist. Eerder op de dag werden 3 Australische militairen gedood door een wilde schutter.

Volgens ooggetuigen blies een zelfmoordenaar zijn auto de lucht in toen een legervoertuig voorbijreed. In het NAVO-voertuig zaten Amerikaanse militairen, 13 onder hen kwamen om. Er vielen ook 4 Afghaanse doden, waaronder 1 politieman. Bij een soortgelijke aanslag op dezelfde weg kwamen in mei vorig jaar al 18 militairen om.

Deze aanslag, in de buurt van de ruïnes van het Darulamanpaleis, aan de zuidwestelijke rand van de Afghaanse hoofdstad, is al het tweede incident vandaag. Eerder op de dag kwamen 3 Australische militairen om toen een man in het wilde weg begon te schieten. De schutter werd korte tijd later doodgeschoten.

De Redactie

29 oktober 2011

Het Pakistaanse leger waarschuwt de VS

In Pakistan stelt het leger de relaties met de Verenigde Staten nog meer op scherp dan nu al het geval is. Iedere actie van Amerikaanse militairen boven of op Pakistaans grondgebied is onaanvaardbaar en het leger is in staat een tegenreactie uit te voeren, waarschuwen het Pakistaanse leger en de inlichtingendienst.

Amerikaanse onbemande vliegtuigen voeren dikwijls bombardementen uit in het grensgebied met Afghanistan, en daarbij vallen veel Pakistaanse burgerslachtoffers.

Het Amerikaanse leger heeft ook een aanval op het huis van Al Qaeda-leider Osama bin Laden uitgevoerd en hem gedood. De relaties tussen Washington en Islamabad gaan sindsdien alleen maar bergaf. Vorige week beschuldigde de stafchef van het Amerikaanse leger de Pakistaanse inlichtingendienst ISI ervan het Haqqani-netwerk te steunen. Dat netwerk zat achter de aanval op de Amerikaanse ambassade van Kaboel, eveneens vorige week.

In de VS gaan steeds meer stemmen op om militair op te treden in Pakistan tegen aanhangers van de taliban.

De Redactie

29 september 2011

woensdag 28 december 2011

Week 5 - Moedjahedien, Taliban en Al Qaida: een kluwen

De Moedjahedien en Taliban zijn zeer nauw verbonden met elkaar. Van 1979 tot 1989 was Afghanistan bezet door de toenmalige Sovjet-Unie. De communistische partij kwam aan de macht in Afghanistan. De Moedjahedien waren islamitische krijgsheren die voor de islam vochten tegen de communistische bezetting door de Russen. Dit gebeurde met steun van Amerika en Saudi-Arabië. Uiteindelijk kwam het tot een burgeroorlog tussen de Afghanen die aan de kant van de Russen stonden en de Moedjahedien. Tijdens die burgeroorlog vluchtten enorm veel Afghanen naar Pakistan. Uit de kinderen van deze vluchtelingen is de Taliban ontstaan. De vluchtelingen werden naar Pakistaanse madrassa’s gestuurd. In die madrassa’s kregen ze les in de Koran en sharia door strenge moellahs, islamitische geestelijken. De jongeren werden zeer extremistisch opgevoerd door de moellahs. Hier hebben de Taliban hun extremistische denkwijze vandaan die zij nu willen verspreiden in heel Afghanistan en Pakistan. Moellah Omar is hun leider. Het zal je dan ook niet verbazen dat de belangrijkste Moedjahedien nu ook grote Talibanleiders zijn. Uiteindelijk hebben de Taliban het voorbeeld van de Moedjahedien gevolgd. De Moedjahedien vochten vroeger tegen de Russen die het land bezetten en een islamstaat verhinderden, nu voeren de Taliban ook een jihad tegen iedereen die het land binnenvalt en de islamitisering van de staten tegengaat.


Net als de Taliban heeft Al Qaida ook zijn wieg bij Sovjet-invasie in Afghanistan. Dit terreurnetwerk ontstond toen vrijwilligers uit zowat alle moslimlanden de Moedjahedien kwamen helpen om de Russen te verjagen.

Osama Bin Laden was miljardair en belangrijkste financier van deze Al Qaida groepering. Na de Afghaanse burgeroorlog keerde het netwerk zich tegen het Westen, maar ook tegen moslims die niet dezelfde extremistische islamitische visie hadden. Je kan dus eigenlijk concluderen dat de Taliban vooral lokaal opereren in Pakistan en Afghanistan. Al Qaida is een internationale terreurorganisatie met overal ter wereld leden en uitvalsbasissen. Zoals eerder gezegd is Moellah Omar de leider van de Taliban. Na de aanslagen van 11 september 2001 zocht Osama Bin Laden toevlucht bij de Taliban. Die kreeg hij door pashtunwali. Aangezien Bin Laden nu de gast werd van Moellah Omar werd hij kostte wat het kost beschermd. Een pashtun moet zijn gast namelijk beschermen tot de dood. Moellah Omar weigerde zelfs om Bin Laden vrij te geven wanneer er een oorlog in Afghanistan aan zat te komen door het pashtunwali en principe van een goede gastheer zijn. Toch hebben de Taliban niet kunnen verhinderen dat de Amerikanen Osama Bin Laden vonden en doodden op 2 mei van dit jaar. Tijdens de uitschakeling van Bin Laden werden ook zijn bewakers gedood: opnieuw pastunwali!






Bronnen:

VAN DYK, J., Gevangene van de Taliban, In handen van de beruchtste terroristen ter wereld, De Boekerij, Amsterdam, 2010.

WIKIPEDIA, Taliban, internet, 23 november 2011, (http://nl.wikipedia.org/wiki/Taliban).

WIKIPEDIA, Afghaanse Oorlog (1979-1989), internet, 29 november 2011, (http://nl.wikipedia.org/wiki/Afghaanse_Oorlog_%281979-1989%29).

HOSSEINI, K., Duizend Schitterende Zonnen, De Bezige Bij, Amsterdam, 2007.

Einde of begin van het einde voor Al Qaeda?, internet, De Redactie, 2 mei 2011, (http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/buitenland/OsamaBinLaden/110502_AG_AlQaeda_einde%253F).

Encarta Winkler Prins Encyclopedie 2006

Week 5 - De Taliban

Taliban is meervoud voor talib. Talib betekent student van de godsdienst. Zij zijn een islamitische guerrillabeweging in Afghanistan en Pakistan. In beide landen hebben zij macht over grote gebieden. Dit komt vooral door de stammensamenleving. Er is in die landen wel een centrale regering die het in theorie voor het zeggen heeft over heel het land, maar in de praktijk hebben de plaatselijke tribale leiders de touwtjes in handen. Wat de Taliban precies willen valt mooi samen te vatten in een citaat uit het boek: “De Taliban wilden creëren wat Mohammed meer dan duizend jaar geleden in Medina had gecreëerd: een volmaakte, afgezonderde moslimwereld. Het was het zoeken van de mens naar zuiverheid, naar God en naar het eeuwige leven, en naar de beste manier van leven terwijl je nog op aarde was, een leven in broederschap.” (pp. 149-150)

In het citaat staat uitdrukkelijk geschreven “beste manier van leven terwijl je nog op aarde was” omdat het leven voor de Taliban niets waard is. Voor hen telt enkel het paradijs, het hiernamaals. Dit is één van de redenen waarom zij zoveel mensen bereid vinden om een zelfmoordaanslag te plegen. Zij onderdrukken de bevolking en laten hen strikt volgens de islam leven omdat zij hiervoor beloond zullen worden in het paradijs. Op die manier maken zij hun leven op aarde dus nuttig. In het boek “Duizend Schitterende Zonnen” vond ik een mooie illustratie. In dit stuk tekst vallen de Taliban de Afghaanse hoofdstad Kaboel binnen en leggen ze hun wetten op: “De volgende dag wemelde het van de vrachtauto’s in Kabul. In Khair Khana, in Shar-e-Nau, in Karteh Parwan, in Wazir Akbar Khan en Taimani zigzagden rode Toyota’s door de straten. Gewapende en bebaarde mannen met zwarte tulbanden zaten op de laadbak. Van elke vrachtauto schalde een luidspreker aankondigingen in het Farsi en Pashtu. Dezelfde boodschap kwam uit luidsprekers op moskeeën en uit de radio, die nu De Stem van de Sharia heette. De boodschap stond ook op folders die op straat werden verspreid. Mariam vond er een op het erf. ‘Onze watan heet nu Het Islamitische Emiraat Afghanistan. Dit zijn wetten die wij zullen doorvoeren en waaraan u dient te gehoorzamen:
“Alle burgers moeten vijfmaal per dag bidden. Als het gebedstijd is en u wordt erop betrapt iets anders te doen, zult u worden geslagen.
Alle mannen moeten hun baard laten staan. De juiste lengte is minimaal één gebalde vuist onder de kin. Als u dat niet accepteert, zult u worden geslagen.
Alle jongens moeten een tulband dragen. Jongens van de eerste tot en met de zesde klas dragen een zwarte tulband, hogere klassen een witte. Alle jongens moeten islamitische kleren dragen. De kraag van een overhemd moet dichtgeknoopt zijn.
Zingen is verboden. Dansen is verboden. Kaarten, schaken, gokken en vliegeren is verboden.Boeken schrijven, films kijken en schilderen is verboden.
Als u parkieten houdt, zult u worden geslagen. Uw vogels worden gedood.
Als u steelt zal uw hand bij het polsgewricht worden afgehakt. Als u ten tweede male steelt zal uw voet worden afgehakt.
Als u geen moslim bent, mag u geen godsdienstige aanbidding verrichten op een plek waar u door een moslim kunt worden gezien. Als u het wel doet, zult u worden geslagen en gevangengezet. Als u erop wordt betrapt een moslim tot uw geloof te willen bekeren, zult u worden geëxecuteerd.
Vrouwen, opgelet: U moet ten allen tijde binnen blijven. Het is voor een vrouw niet gepast doelloos over straat te dwalen. Als u naar buiten gaat, moet u in het gezelschap zijn van een mahram, een mannelijk familielid. Als u erop wordt betrapt alleen op straat te zijn, zult u worden geslagen en naar huis gestuurd.
Onder geen enkele omstandigheid mag u uw gezicht tonen. Als u buiten bent is uw lichaam bedekt met een burka. Zo niet, wordt u ernstig geslagen.
Cosmetica is verboden. Juwelen zijn verboden.
U mag geen bekoorlijke kleding dragen.
U mag niet spreken, tenzij er tegen u gesproken wordt.
U mag niet in het openbaar lachen. Als u het wel doet, zult u worden geslagen.
U mag uw nagels niet opmaken. Als u het wel doet, zult u een vinger verliezen.
Het is meisjes verboden naar school te gaan. Alle meisjesscholen worden met onmiddellijke ingang gesloten. Als u een meisjesschool probeert te openen, zult u worden geslagen en de school zal worden gesloten.
Vrouwen mogen niet werken.
Als u schuldig wordt bevonden aan overspel, zult u gestenigd worden tot de dood erop volgt.
Luister. Luister goed. Gehoorzaam. Allah-u-akbar.”’” (pp. 260-262)

De Taliban komen allemaal uit stammengemeenschappen. De Taliban waardoor Jere Van Dyk gevangengenomen werd zijn Pashtoes. Normaal zou pashtunwali dus boven de islam gaan. De Taliban willen dit omdraaien. Zij willen dat de islam op de eerste plaats komt en zij willen de hiërarchie in de stammen doorbreken. Iedereen zou gelijk zijn, want dat is zo volgens de islam.

Aangezien de Taliban een volledige moslimwereld willen creëren moet volgens hen ook de sharia ingevoerd worden, het islamitisch recht. De sharia is eigenlijk een bundeling van voorschriften en geboden waarnaar dat Allah wil dat je leeft. Je kan de sharia zien als een omschrijving van alles dat in islamitisch opzicht goed en slecht voor mensen is. Op alle vlakken zoals bijvoorbeeld, politiek, financieel, en sociaal vlak. Jere Van Dyk had bij zijn gevangenneming hier vooral schrik van. Volgens de sharia mag je spionnen doden. De Taliban stelden een onderzoek naar hem in en hij hoopte dus vurig om niet als spion bestempeld te worden.

Doordat zij een volmaakte moslimwereld willen bekomen, vinden de Taliban dat zij indringers mogen doden. Vandaar dat er in Afghanistan en Pakistan veel aanslagen gebeuren op Amerikanen of hulpposten van NAVO of Verenigde Naties. Zij worden gezien als indringer in de perfecte moslimcultuur. Een mooie illustratie van het gegeven dat de Taliban eigenlijk bang zijn voor andere godsdiensten of enige afwijking van hun strenge islamregime vond ik in het boek: “De radio maakte bekend dat de Taliban bij andere aanslagen in Kunar zeven mannen hadden gedood. ‘Dat hebben wij gedaan,’ zei bewaker Gulob. De maulavi en zijn mannen hadden die mannen gedood, die elk een gezin hadden en bezig waren een weg aan te leggen om het leven van hun mede-Pashtun te verbeteren. Hoe konden ze dat doen? ‘Ongelovigen betaalden voor die weg,’ zei Gulob, en die weg zou christendom en democratie brengen.” (p. 146)

Wat me toch enorm verbaasde in dit boek was dat “de Taliban” niet één grote, sterke organisatie is. Er zijn allerlei kleine groeperingen Taliban. Onderling voeren zij ook oorlog. Eigenlijk zitten de Taliban overal in Afghanistan en Pakistan. Wanneer zij het op je gemunt hebben zal je heel moeilijk kunnen ontsnappen. Vandaar vond ik deze cartoon zeer passend. Persoonlijk vind ik dit een beetje raar aangezien alle Taliban toch hetzelfde willen: de perfecte moslimwereld. Samen zouden zij dit toch makkelijker kunnen bereiken...




Bron:

VAN DYK, J., Gevangene van de Taliban, In handen van de beruchtste terroristen ter wereld, De Boekerij, Amsterdam, 2010.

PEARSON EDUCATION, Who are the Taliban?, internet, 2007, (http://www.infoplease.com/spot/taliban.html).

Sharia, internet, 8 november 2008, (http://mens-en-samenleving.infonu.nl/internationaal/27008-invoering-sharia-in-engeland.html).

Wat is sharia?, internet, De Standaard, 9 februari 2008, (http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=1T1NPJCJ).

HOSSEINI, K., Duizend Schitterende Zonnen, De Bezige Bij, Amsterdam, 2007.

Week 5 - De Pashtuncultuur

In dit boek kom je enorm veel te weten over de Pashtuncultuur uit de gesprekken die Jere Van Dyk heeft met zijn medegevangenen en bewakers. In Afghanistan en Pakisten, de landen waar de Taliban actief zijn, leeft men in stammen. Elke stam heeft zijn eigen taal en cultuur. De Pashtuns zijn een grote stam in beide landen. Zij maken ongeveer 40% van de bevolking uit in Afghanistan, voor Pakistan vond ik geen specifieke cijfers. De Taliban waardoor de auteur, Jere Van Dyck, en zijn gidsen werden gevangengenomen Op dit kaartje kan je zien welke hun gebieden zijn.


Pashtunwali

Voor Pashtoes draait het leven rond twee dingen: pashtunwali en islam. De zogenaamde “pashtunwali” staat boven alles. De pashtunwali is de gedragscode, de stammenwet voor de Pashtuns. Hun wet is grotendeels gebaseerd op eer. Een man mag nooit aanvaarden dat iemand zijn eer of die van zijn familie schaadt. In het boek vind je hier enkele voorbeelden van. Om de eer van de familie hoog te houden moet een familie zeer gastvrij zijn. Iemand anders heeft altijd het recht om toevlucht bij je te zoeken. Het principe dat je altijd een goede gastheer moet zijn heet milmastia. Er is ook het recht op wraak wanneer iemand je eer aantast. Daarnaast zijn er wetten rond huwelijk, scheiding, erfgoed en de waarheid spreken die natuurlijk ook weer gebaseerd zijn op de eer. Aangezien eer zo belangrijk is, zorgt het voor veel geweld wanneer iemands eer aangetast wordt. Het leidt tot vijandigheden tussen families wanneer de ene familie de eer van de andere schaadt. Hier vind je enkele voorbeelden van in het boek.

Rahman, een bewaker die zeer geïnteresseerd is in andere culturen verstelde dit aan de auteur over het huwelijk in zijn cultuur: “Als een jongen en meisje elkaar aardig vinden, en als ik weiger mijn dochter aan de jongen te geven, kunnen hij en zijn vader volgens pashtunwali naar mijn huis komen en met een geweer in de lucht schieten. Daarmee geven zij te kennen dat mijn dochter nu hun schoondochter is. Als ik me verzet, zullen ze me doden. Uit wraak zullen mijn familieleden hen doden, en dan is de vijandschap begonnen.” (p. 137)

Razi Gul, een medegevangene en gids van Jere Van Dyck, vertelde het volgende over zijn vijandschappen: “Een arme man, een neef van mijn moederskant, had ruzie met een man. Die andere man sloeg hem, en dus ging ik hem helpen. Twee familieleden van de man die hem sloegen, doodden mijn neef. We hadden geen wapens, niet eens een pistool. We hebben niemand gedood. Het begon toen kinderen aan het spelen waren en ruzie kregen en de vader van een van de kinderen het kind van mijn neef sloeg. Mijn neef was vijfentwintig. We willen wraak nemen. De familie woont in het dorp waar we doorheen zijn gekomen, het dorp met de heroïnefabrieken.” (p. 141)


Islam

Op de twee plaats komt de islam. Tijdens het lezen schrok ik ervan aanwezig de islam is in de Afghaanse en Pakistaanse cultuur. Ik kan het me bijna niet voorstellen. De islam komt bij alle dagdagelijkse dingen kijken en is ook de oplossing voor alles in deze samenlevingen.

Pashtunmannen dragen altijd een patoo. Dit is een wollen omslagdoek. Ze leggen die op de grond om op te bidden, ze slapen eronder, eten erop en gebruiken die als handdoek bij wassingen. Ze hebben dus altijd hun gebedsgerief bij zich. Velen dragen ook een gebedsmuts.

Wanneer Pashtuns eten, moeten ze eerst hun voedsel zegenen en Allah bedanken voor hun eten. In de gevangenis lees je steeds dat iedereen zijn handen in de lucht steekt met de handpalmen naar boven telkens wanneer er eten komt.

Zelfs bij het tandenpoetsen is de islam aanwezig. De Pashtun gebruiken geen gewone tandenborstel zoals wij, maar de miswak. Dat is een soort takje. Hieronder kan je er een filmpje over vinden. Iemand toont met een kwinkslag hoe je de miswak gebruikt. Volgens Jere is het niet aangenaam. Hij gebruikte het in de gevangenis om aan te Taliban te tonen dat hij korter bij de islam kwam. “Ik haalde mijn miswak tevoorschijn en poetste mijn tanden om Gulob te laten zien dat ik dat deed. Hij keek naar me terwijl ik poetste. De vezels van het takje waren versleten en begonnen op een scheerborstel te lijken. ‘Er zijn zeventig voordelen van de miswak voor ons,’ zei hij. ‘Er zijn zeventig voordelen van Pakistan voor Taliban.’ Ze lachten allemaal. De miswak zou goed zijn voor je rug, voor een van streek geraakte maag en voor een heleboel andere kwalen.” (p. 132)


Nu we het toch over kwaaltjes hebben, ook hier is de islam voor de Pashtun de oplossing. Wanneer iemand tandpijn heeft, schrijft men een vers uit de Koran op een papiertje. Dit papiertje wordt opgevouwd en tussen de zere tanden gestoken. Na deze methode was de tandpijn van gids Daoud verdwenen. Wanneer dezelfde man enkele dagen later last krijgt van hoofdpijn werd deze methode gebruikt: “Daoud klaagde dat hij nu hoofdpijn had en vroeg om een aspirientje. ‘In de tijd van de Profeet, vrede zij met hem, hadden mensen geen pillen tegen hoofdpijn. Als ze de Koran lazen, ging de hoofdpijn vanzelf weg,’ zei bewaker Gulob. ‘Mensen kunnen de Koran uit hun hoofd leren, al kunnen ze dat met geen enkel ander boek. Ze worden geholpen door een grote spirituele kracht.’ Samad spuwde op Daouds hoofd om zijn hoofdpijn te verdrijven. Op datzelfde moment kwam bewaker Rahman binnen en ging bij de deur zitten. Hij sprak meteen zijn goedkeuring uit. ‘Als iemand gewond raakt of door een slang wordt gebeten, spuwen ze op de wond en lezen ze uit de Koran,’ ze hij. ‘Als het een slangenbeet is, hebben alleen bijzondere mensen toestemming eruit te lezen.’ ‘Mijn hoofdpijn is weg,’ zei Daoud. (p. 213)

Om islam te leren, krijgt Jere van Dyk boeken cadeau van de Taliban. Wanneer hij na het lezen de boeken op de grond wil leggen protesteert zijn Pashtungezelschap. Aangezien er verzen uit de Koran in het boek staan, mag het boek de grond niet raken. Als oplossing wil Jere het boek op zijn schoot houden, maar hij heeft ook een notitieboekje vast. Om het makkelijker te maken om zijn spullen vast te houden, stopt hij het notitieboekje in het islamboek. Ook dit mag niet, want de heilige verzen mogen enkel het boek raken en niet de notitieblaadjes.

Verder komen er nog andere, misschien meer algemeen geweten elementen van de islam ter sprake. Voorbeelden: het verplicht om 5 keer per dag te bidden, men moet de islam prediken, men moet een pelgrimstocht afleggen, varkensvlees is verboden, men mag geen rente betalen of ontvangen, men moet meedoen aan de ramadan (uitzondering voor heel jonge kinderen, zieken, zwangere vrouwen en reizigers), het is een zonde om te liegen en je moet je volledig van kop tot teen wassen wanneer je seks hebt gehad. Dit is trouwens de reden waarom veel Pashtunmannen zich kaal scheren. Anders zien de kinderen het aan je wanneer je met je vrouw naar bed geweest bent. De auteur zijn celgenoten proberen bovendien, samen met de Taliban, voortdurend hem aan te zetten om mee te bidden en zich te bekeren tot de islam. Zij geloven dat ze hiervoor beloond zullen worden door Allah in het paradijs. De Taliban vertelden de auteur ook dat het verplicht is om jihad te voeren en dat er 72 maagden in het paradijs zijn voor martelaren terwijl er maar 70 voorzien zijn voor een gewone moslim. Wanneer je één gebed zou overslaan zou je 200 000 jaar naar de hel gaan. Persoonlijk heb ik natuurlijk mijn twijfels bij die verhalen!


Samenleving

In elk Pashtungezin is de man de baas. Hij mag zijn vrouw slaan indien hij dit nodig acht. Een Pashtunvrouw noemt haar man bovendien haar “malaak”, wat eigenaar betekent. Vrouwen zijn absoluut ondergeschikt aan de mannen. Als je aan een Pashtunman vraagt hoeveel kinderen hij heeft, zal hij altijd enkel de jongens tellen. Meisjes moeten zij heel vroeg afstaan voor een huwelijk, dus hechten de meeste mannen zich niet te sterk aan hun dochters. Vanaf 10 à 11 jaar blijven de meisjes binnen en ziet men ze niet meer in het dorp. Zij komen enkel nog buiten indien het niet anders kan en zullen dit nooit met een onbedekt gezicht doen. Soms merken de buren het nog eens niet wanneer een meisje trouwt en dus verhuist.

Zoals eerder gezegd is eer het allerbelangrijkste in de Pashtuncultuur. Daarom mogen mannen elkaar nooit te lang na elkaar aankijken. Ze moeten regelmatig hun hoofd naar beneden doen om respect en eerbied te tonen.

De Pashtuncultuur is hiërarchisch opgebouwd. Elke familie heeft zijn stand. Daarom zal een Pashtoe altijd een andere Pashtoe bij de kennismaking vragen wie zijn vader is. Aan de hand van hun vaders, kunnen de Pashtoes van elkaar weten welke stand ze hebben in de samenleving.

Bij de Pashtuns is het zo dat kennis aanzien geeft. Dit heeft Jere voor een groot stuk gered bij de Taliban. Een stukje over het eerste gesprek tussen Jere Van Dyk en de maulavi, een geleerde Talibanleider, vlak na de gevangenneming: “’Hij is ook professor,’ zei Daoud die vertaalde. Hij vroeg hoe lang ik al hoogleraar was. Ik wist dat dit me enige status gaf, zoals Gulob en Rahman ervan onder de indruk waren dat ik kon lezen en schrijven. De maulavi werd als een geleerde beschouwd. Zijn kennis van de islam en zijn diploma gaven hem macht over de andere mannen. Mohammed, die niet kon lezen en schrijven, had gezegd: ‘Zoek kennis, al moet je ervoor naar China.’ Ik zei dat ik maar één semester had gedoceerd aan de universiteit van New York, maar dat zou genoeg zijn.” (p. 107)





Bronnen:

VAN DYK, J., Gevangene van de Taliban, In handen van de beruchtste terroristen ter wereld, De Boekerij, Amsterdam, 2010.

MOMAND, W., Pashtunwali, internet, 2000, (http://afghanland.com/culture/pashtunwali.html).

YOUTUBE, How to use miswak, internet, (28 december 2011), (http://www.youtube.com/watch?v=uwomQ7v1bN0&feature=related).

WIKIPEDIA, Pushtunwali, internet, 10 april 2011, (http://nl.wikipedia.org/wiki/Pashtunwali).


Week 5 - Gevangene van de Taliban

Het boek dat ik las voor dit blogbericht viel me meteen op toen ik in september naar het Boekenfestijn ging. Vorig jaar hebben we als afstandsleren PAV het boek "Duizend Schitterende Zonnen" gelezen van Khaled Hosseini. Dat boek gaat over Afghanistan. Tijdens een hoofdstuk in dat boek heeft de Taliban de touwtjes in handen. Daar krijg je een heel vreselijk beeld van deze organisatie. Je krijgt enkel zicht op hoe zij de mensen behandelen, maar je weet eigenlijk niets meer over hun visie. Toen ik "Gevangene van de Taliban" zag liggen was ik meteen nieuwsgierig. Als de Taliban de Afghaanse bevolking zo vreselijk behandelen, wat moeten ze dan wel niet doen met hun gevangenen? Bovendien komen de Taliban vaak in de actualiteit met allerlei aanslagen. Waarom doen zij toch zo'n vreselijke dingen? Het boek belandde meteen in mijn mandje en nu was het eindelijk zo ver: tijd om het te lezen!

Via dit boek wil ik het volgende te weten komen:
- Hoe is de denkwijze van de Taliban? Wat willen zij precies bereiken?
- Hoe behandelen zij hun gevangenen?
- Hoe krijgen zij mensen zo ver om aanslagen te plegen? En hoe bereiden zij hun zelfmoordterroristen voor?
- Wat is de link tussen de vroegere moedjahedien, de Taliban en eventueel Al Qaida?


donderdag 8 december 2011

Week 4 - Conclusie

Ik vond deze lezing zeker de moeite waard! Godsdiensten lijkt me meestal een saai onderwerp, maar Annemie Struyf kan er enorm boeiend over vertellen. De lezing was een goede opfrissing van de informatie van de TV-reeks. Toch had ik niet het gevoel dat er iets echt nieuws werd verteld in de lezing als je het programma op TV gevolgd hebt, maar ik neem het Annemie niet kwalijk. Haar enthousiasme was aanstekelijk! Ik ben een fan!

Week 4 - Hindoeïsme

Na het zenboeddhisme, over naar het hindoeïsme! Hindoeïsme is eigenlijk een verzamelnaam voor heel wat stromingen. Zij zijn allemaal gebaseerd op dezelfde oerteksten, maar elke stroming heeft zijn eigen goden, heeft eigen heilige plaatsen en interpreteert de oerteksten op zijn eigen manier.

Om meer zicht te krijgen op het hindoeïsme volgde Annemie Struyf Kathy. Kathy verkocht al haar bezittingen om bij goeroe Ratoe in Bali te gaan wonen. Ratoe’s volgelingen kunnen in zijn ashram komen wonen. Ashram is Indisch voor huis. Dit kost 70 euro per dag. De ashram hing vol foto’s van de goeroe. Per dag werden er 3 sessie van 3 uur “shaken” georganiseerd. Dit shaken vond plaats in een gemeenschappelijke zaal. De volgelingen moesten naar de foto van de goeroe kijken en dan hun hele lichaam door elkaar schudden. Zo zou het goddelijke licht dat de goeroe uitstraalt bij hen naar binnen komen. Zoveel te meer goddelijk licht iemand binnen kreeg, zoveel te harder deze persoon moest gaan shaken. Naast het goddelijke licht binnenlaten had dit shaken ook de functie om slechte energie buiten te laten. Wanneer de goeroe iemand aanraakte vond Annemie dat het precies leek of deze persoon geëlektrocuteerd werd. Zo hard schakete die personen. Toen de goeroe Annemie zelf aanraakte, voelde zij niets. Het shaken was enorm vermoeiend. Maar volgens de volgelingen zou dit allemaal vanzelf moeten gaan en zou je dus niet shaken op je eigen lichaamsenergie. Soms gebeurde het dat iemand een pauze nam tijdens het shaken en in een apart kamertje ging zitten bij de goeroe. Die personen kwamen dan heel actief terug shaken. Zij hadden dan opnieuw bakken energie en kwamen terug alsof ze een andere mens waren. Annemie mocht nooit dat kamertje binnen of mocht niet vragen wat de volgelingen deden om dat effect te bekomen…


Hare Krishna

Annemie Struyf ging ook kort in op de Hare Krishna in Durbuy. De Hare Krishna wonen daar samen in het Château de Petite Somme. Zij hebben dit kasteel opgeknapt en wijden hun volledige leven aan het aanbidden van de god Krishna en zijn vrouwen. Zij hebben de kamers ingericht met allerlei tekeningen en poppen van de goden. Dagelijks worden er offers gebracht aan Hare Krishna en worden de goden 6 keer aanbeden. De volgelingen in Durbuy gaan niet werken en onderhouden zichzelf en het kasteel doordat zij bezoekers toelaten. Zelf heb ik in het eerste jaar van de opleiding het kasteel van de Hare Krishna-gemeenschap bezocht tijdens de interdisciplinaire reis.



Bronnen:

STRUYF, A. (journaliste), mondelinge mededeling, via lezing, d.d. 17 oktober 2011.

LANDELIJKE INDIA WERKGROEP, Hindoeïsme, internet, 2 juni 2000, (http://www.indianet.nl/ks-hindoens.html).

WIKIPEDIA, Hindoeïsme, internet, 23 november 2011, (http://nl.wikipedia.org/wiki/Hindoe%C3%AFsme).

KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN, Het hindoeïsme, internet, 24 oktober 2011, (http://theo.kuleuven.be/icrid/icrid_religies/icrid_religies_hindoeisme/).